Eten met jonge kinderen gaat niet altijd vanzelf. Een kind dat eerst bijna alles at, kan ineens eten gaan weigeren, nieuwe dingen niet meer willen proberen of alleen nog maar een klein aantal vertrouwde producten willen eten.
Daarom vroegen we Bianca Gerritsen van Blijf Voedingsadvies en Coaching om een aantal veelgestelde vragen over kinderen en eten te beantwoorden. Bianca is kinder-eetcoach en begeleidt ouders en kinderen bij uitdagingen rondom eten.
In deze blog beantwoordt Bianca zes veelgestelde vragen over kritisch en selectief eetgedrag en deelt ze haar advies over hoe je thuis met deze situaties om kunt gaan.
1. Mijn kind van 1,5 at altijd alles en weigert ineens bijna alles. Is dat normaal?
Dit kan idd heel normaal zijn. Rond de dreumes- en peuterleeftijd krijgen veel kinderen meer voedselneofobie: een natuurlijke terughoudendheid tegenover onbekend eten. Dit is onderdeel van de ontwikkeling.
De “Ik ben 2 en zeg nee”-fase... het kind ontdekt dat het “nee” kan zeggen en gaat steeds beter onderscheid maken tussen vertrouwd en onbekend. Tegelijk neemt de groeisnelheid af, waardoor de eetlust kan wisselen.
Het kan daardoor voelen alsof je kind van de ene op de andere dag ineens een kritische eter is geworden. Dat betekent niet dat jij als ouder iets verkeerd hebt gedaan.
Blijf rustig en voorspelbaar eten aanbieden, zonder druk. Een kind hoeft niet alles meteen te eten om nieuwe voedingsmiddelen te leren accepteren.
Wanneer je kind nauwelijks groeit of afvalt, regelmatig verslikt, kokhalst of moet overgeven tijdens het eten, veel spanning of angst rondom eten laat zien of wanneer jij je als ouder echt zorgen maakt over de hoeveelheid of variatie die je kind binnenkrijgt, dan kan het goed zijn om een arts of voedingsdeskundige mee te laten kijken.
2. Hoe vaak moet je iets opnieuw aanbieden voordat je kunt zeggen: mijn kind lust dit écht niet?
Er is geen magisch aantal keer waarna je kunt zeggen: “Zie je wel, hij lust het echt niet.”
Kinderen hebben vaak veel herhaalde, ontspannen kennismakingen nodig voordat een voedingsmiddel vertrouwd voelt.
En er speelt nog iets mee: kinderen hebben van nature meer smaakpapillen dan volwassenen. Daardoor kunnen smaken, vooral bittere en zure smaken, veel intenser binnenkomen. Wat voor ons mild smaakt, kan voor een kind behoorlijk sterk zijn.
Daarom is “ik lust het niet” niet altijd simpelweg een kwestie van smaak. Een kind kan ook moeten wennen aan de geur, structuur, temperatuur, kleur of het uiterlijk van een voedingsmiddel.
Dus: niet na twee keer opgeven, maar ook niet eindeloos blijven aandringen. Blijf het rustig aanbieden zonder er een strijd van te maken. En weet dat kijken, ruiken en aanraken ook allemaal vormen zijn van kennismaken.
3. Wat doe je als je kind weigert avondeten te eten, maar een uur later wel om een boterham of snack vraagt?
Hier kan het principe ‘keuken open – keuken dicht’ heel helpend zijn.
Als ouder bepaal je wat er op tafel komt én wanneer er gegeten wordt. Je kind bepaalt vervolgens zelf óf en hoeveel het eet.
Tijdens een eetmoment is de keuken als het ware open: er staat eten op tafel en je kind krijgt de ruimte om zelf te bepalen óf en hoeveel het eet.
Na het eetmoment gaat de keuken dicht. Dat betekent dat er niet direct een nieuw eetmoment ontstaat omdat je kind het avondeten heeft laten staan. Het volgende geplande eetmoment is weer een moment waarop de keuken opengaat.
Voor kritische en selectieve eters is die duidelijkheid en voorspelbaarheid juist belangrijk. Je kind weet wanneer het weer kan eten en hoeft niet steeds te onderhandelen over wat er nu gegeten wordt.
En belangrijk: keuken dicht betekent niet dat je een kind eten ontzegt. Het betekent dat je zorgt voor een duidelijk en voorspelbaar eetritme, met voldoende eet- en drinkmomenten verspreid over de dag.
En ook belangrijk: kijk ook naar waarom je kind niet eet. Was het moe? Had het nauwelijks honger? Was de maaltijd spannend qua structuur, geur of uiterlijk? Alleen kijken naar het gedrag, “hij weigert”, vertelt nog niet het hele verhaal.
4. Moet een kind altijd één hapje proeven, of kan verplicht proeven juist averechts werken?
Verplicht proeven kan zeker averechts werken, vooral bij kinderen die al spanning rondom eten ervaren.
Het doel is niet dat een kind koste wat kost één hap doorslikt. Het doel is dat eten steeds vertrouwder en veiliger wordt.
Je kunt een kind wél stimuleren om kennis te maken. Bijvoorbeeld door een klein beetje op het bord te leggen en ruimte te geven om te kijken, ruiken of aanraken. En soms ontstaat daar vanzelf een hapje uit.
5. Hoe voorkom je dat je uiteindelijk iedere avond twee verschillende maaltijden staat te koken?
Een fijne manier om dit aan te pakken is werken met een buffet aan tafel.
Zie het een beetje als een klein restaurant: je zet de verschillende onderdelen van de maaltijd los van elkaar op tafel. Bijvoorbeeld aardappeltjes, kip, komkommer, worteltjes en saus. Je kind kan vervolgens zelf bepalen wat en hoeveel het opschept.
Jij bepaalt dus wat er wordt aangeboden, maar je kind krijgt de regie over wat het daarvan kiest en hoeveel het eet.
6. Hoe ga je om met een kind dat maar vijf of zes dingen wil eten zonder van iedere maaltijd een gevecht te maken?
Dan zou ik vooral eerst de druk eraf halen én verder kijken dan alleen het lijstje met voedingsmiddelen.
Vijf of zes voedingsmiddelen is beperkt. Raak niet direct in paniek, maar neem het wél serieus, zeker wanneer dit langere tijd aanhoudt of steeds verder beperkt wordt.
Kijk eerst naar het waarom achter het eetgedrag. Wat maakt eten lastig voor je kind? En wat heeft het nodig om weer meer rust en vertrouwen rondom eten te ervaren?
Vanuit die rust kun je stap voor stap werken aan uitbreiding. Niet forceren, maar aansluiten bij wat je kind al kan en kent. Bouw van daaruit hele kleine stapjes. Een ander merk, een andere vorm, een andere bereiding of een voedingsmiddel dat qua smaak of structuur dicht bij een vertrouwd voedingsmiddel ligt.
En misschien wel het belangrijkste: maak van iedere maaltijd géén testmoment.
Je kind hoeft niet iedere dag iets nieuws te eten om vooruitgang te boeken.
Meer weten over Bianca?
Wil je meer weten over Bianca, haar werkwijze of haar begeleiding van kinderen en ouders rondom eten? Op haar website en Instagram-pagina vind je meer informatie en praktische tips.
Bekijk de website van Bianca
Volg Bianca op Instagram
Eten met jonge kinderen gaat niet altijd vanzelf. Een kind dat eerst bijna alles at, kan ineens eten gaan weigeren, nieuwe dingen niet meer willen proberen of alleen nog maar een klein aantal vertrouwde producten willen eten.
Daarom vroegen we Bianca Gerritsen van Blijf Voedingsadvies en Coaching om een aantal veelgestelde vragen over kinderen en eten te beantwoorden. Bianca is kinder-eetcoach en begeleidt ouders en kinderen bij uitdagingen rondom eten.
In deze blog beantwoordt Bianca zes veelgestelde vragen over kritisch en selectief eetgedrag en deelt ze haar advies over hoe je thuis met deze situaties om kunt gaan.
1. Mijn kind van 1,5 at altijd alles en weigert ineens bijna alles. Is dat normaal?
Dit kan idd heel normaal zijn. Rond de dreumes- en peuterleeftijd krijgen veel kinderen meer voedselneofobie: een natuurlijke terughoudendheid tegenover onbekend eten. Dit is onderdeel van de ontwikkeling.
De “Ik ben 2 en zeg nee”-fase... het kind ontdekt dat het “nee” kan zeggen en gaat steeds beter onderscheid maken tussen vertrouwd en onbekend. Tegelijk neemt de groeisnelheid af, waardoor de eetlust kan wisselen.
Het kan daardoor voelen alsof je kind van de ene op de andere dag ineens een kritische eter is geworden. Dat betekent niet dat jij als ouder iets verkeerd hebt gedaan.
Blijf rustig en voorspelbaar eten aanbieden, zonder druk. Een kind hoeft niet alles meteen te eten om nieuwe voedingsmiddelen te leren accepteren.
Wanneer je kind nauwelijks groeit of afvalt, regelmatig verslikt, kokhalst of moet overgeven tijdens het eten, veel spanning of angst rondom eten laat zien of wanneer jij je als ouder echt zorgen maakt over de hoeveelheid of variatie die je kind binnenkrijgt, dan kan het goed zijn om een arts of voedingsdeskundige mee te laten kijken.
2. Hoe vaak moet je iets opnieuw aanbieden voordat je kunt zeggen: mijn kind lust dit écht niet?
Er is geen magisch aantal keer waarna je kunt zeggen: “Zie je wel, hij lust het echt niet.”
Kinderen hebben vaak veel herhaalde, ontspannen kennismakingen nodig voordat een voedingsmiddel vertrouwd voelt.
En er speelt nog iets mee: kinderen hebben van nature meer smaakpapillen dan volwassenen. Daardoor kunnen smaken, vooral bittere en zure smaken, veel intenser binnenkomen. Wat voor ons mild smaakt, kan voor een kind behoorlijk sterk zijn.
Daarom is “ik lust het niet” niet altijd simpelweg een kwestie van smaak. Een kind kan ook moeten wennen aan de geur, structuur, temperatuur, kleur of het uiterlijk van een voedingsmiddel.
Dus: niet na twee keer opgeven, maar ook niet eindeloos blijven aandringen. Blijf het rustig aanbieden zonder er een strijd van te maken. En weet dat kijken, ruiken en aanraken ook allemaal vormen zijn van kennismaken.
3. Wat doe je als je kind weigert avondeten te eten, maar een uur later wel om een boterham of snack vraagt?
Hier kan het principe ‘keuken open – keuken dicht’ heel helpend zijn.
Als ouder bepaal je wat er op tafel komt én wanneer er gegeten wordt. Je kind bepaalt vervolgens zelf óf en hoeveel het eet.
Tijdens een eetmoment is de keuken als het ware open: er staat eten op tafel en je kind krijgt de ruimte om zelf te bepalen óf en hoeveel het eet.
Na het eetmoment gaat de keuken dicht. Dat betekent dat er niet direct een nieuw eetmoment ontstaat omdat je kind het avondeten heeft laten staan. Het volgende geplande eetmoment is weer een moment waarop de keuken opengaat.
Voor kritische en selectieve eters is die duidelijkheid en voorspelbaarheid juist belangrijk. Je kind weet wanneer het weer kan eten en hoeft niet steeds te onderhandelen over wat er nu gegeten wordt.
En belangrijk: keuken dicht betekent niet dat je een kind eten ontzegt. Het betekent dat je zorgt voor een duidelijk en voorspelbaar eetritme, met voldoende eet- en drinkmomenten verspreid over de dag.
En ook belangrijk: kijk ook naar waarom je kind niet eet. Was het moe? Had het nauwelijks honger? Was de maaltijd spannend qua structuur, geur of uiterlijk? Alleen kijken naar het gedrag, “hij weigert”, vertelt nog niet het hele verhaal.
4. Moet een kind altijd één hapje proeven, of kan verplicht proeven juist averechts werken?
Verplicht proeven kan zeker averechts werken, vooral bij kinderen die al spanning rondom eten ervaren.
Het doel is niet dat een kind koste wat kost één hap doorslikt. Het doel is dat eten steeds vertrouwder en veiliger wordt.
Je kunt een kind wél stimuleren om kennis te maken. Bijvoorbeeld door een klein beetje op het bord te leggen en ruimte te geven om te kijken, ruiken of aanraken. En soms ontstaat daar vanzelf een hapje uit.
5. Hoe voorkom je dat je uiteindelijk iedere avond twee verschillende maaltijden staat te koken?
Een fijne manier om dit aan te pakken is werken met een buffet aan tafel.
Zie het een beetje als een klein restaurant: je zet de verschillende onderdelen van de maaltijd los van elkaar op tafel. Bijvoorbeeld aardappeltjes, kip, komkommer, worteltjes en saus. Je kind kan vervolgens zelf bepalen wat en hoeveel het opschept.
Jij bepaalt dus wat er wordt aangeboden, maar je kind krijgt de regie over wat het daarvan kiest en hoeveel het eet.
6. Hoe ga je om met een kind dat maar vijf of zes dingen wil eten zonder van iedere maaltijd een gevecht te maken?
Dan zou ik vooral eerst de druk eraf halen én verder kijken dan alleen het lijstje met voedingsmiddelen.
Vijf of zes voedingsmiddelen is beperkt. Raak niet direct in paniek, maar neem het wél serieus, zeker wanneer dit langere tijd aanhoudt of steeds verder beperkt wordt.
Kijk eerst naar het waarom achter het eetgedrag. Wat maakt eten lastig voor je kind? En wat heeft het nodig om weer meer rust en vertrouwen rondom eten te ervaren?
Vanuit die rust kun je stap voor stap werken aan uitbreiding. Niet forceren, maar aansluiten bij wat je kind al kan en kent. Bouw van daaruit hele kleine stapjes. Een ander merk, een andere vorm, een andere bereiding of een voedingsmiddel dat qua smaak of structuur dicht bij een vertrouwd voedingsmiddel ligt.
En misschien wel het belangrijkste: maak van iedere maaltijd géén testmoment.
Je kind hoeft niet iedere dag iets nieuws te eten om vooruitgang te boeken.
Meer weten over Bianca?
Wil je meer weten over Bianca, haar werkwijze of haar begeleiding van kinderen en ouders rondom eten? Op haar website en Instagram-pagina vind je meer informatie en praktische tips.
Bekijk de website van Bianca
Volg Bianca op Instagram